Topopleiding voor senior management in agrifood

Nederland staat bekend om zijn sterke agrifoodindustrie, die internationaal op topniveau functioneert. Ondernemerschap en onderwijsinstellingen op MBO-, HBO- en WO-niveau spelen daarin een belangrijke rol. Toch was er nog steeds geen internationale business opleiding voor senior managers in de agrifood. Dat verandert met de komst van het Agrifood Executive Global Programma (AEGP).

‘Er zijn in de wereld fantastische executive programma’s, maar geen of weinig die op agrifood zijn gespecialiseerd’, zegt Koen Slippens, CEO van de Sligro Food Group. Hij is één van de initiatiefnemers van het AEGP. ‘Wij vroegen ons af of het niet mogelijk was om de beste business school ter wereld te matchen met de geweldige specialistische agrifoodkennis die in Nederland beschikbaar is. Als je, zoals AgriFood Capital, de ambitie hebt om de slimste foodregio ter wereld te zijn, hoort daar natuurlijk ook een top-opleidingsinstituut bij.’

Wie op de website van de AEGP kijkt, ziet in eerste instantie twee namen: IESE Business School uit Barcelona en de Wageningen Universiteit. Zij gaan de opleiding opzetten. Waar is de Brabantse inbreng? Dick Pouwels, bestuurslid AgriFood Capital en kartrekker Human Capital Agenda van het topteam Agri&Food: ‘Het plan komt van een aantal CEO’s van Brabantse bedrijven. Je kunt je verder voorstellen dat een aantal van de businesscases die in de opleiding aan de orde komen, afkomstig zullen zijn van deze bedrijven. Maar de wereld is groter dan Brabant.’

Verrijkend

Aan welke kennis heeft het senior management van bedrijven in de agrifood dan behoefte? Koen Slippens: ‘Het kan heel verrijkend werken als je algemene executive onderdelen, zoals finance en leiderschap, koppelt aan de specifieke issues waarmee de foodwereld vandaag de dag te maken heeft: dan gaat het over gezondheid, de uitputting van de aarde, de beschikbaarheid van voedsel versus voedselverspilling, dierenwelzijn maar ook over lekker en genieten. Al die thema’s waarmee wij met zijn allen dagelijks worden geconfronteerd, kun je in zo’n programma onderbrengen.’

Dick Pouwels vult aan: ‘De mondialisering in de agrifood gaat heel hard. Daar komt bij dat deze sector van zichzelf al een behoorlijke complexiteit heeft, want het is echt een ketensector, van zaadje tot karbonaadje en van grond tot mond. Met alle daarbij behorende, sterke onderlinge afhankelijkheden. Die maken de strategische complexiteit zeer groot. Het vraagt van het senior management een goede kennis om de strategische lange termijn ontwikkeling van het bedrijf te sturen. Het is dus wel degelijk belangrijk om een opleidingsprogramma te ontwikkelen dat gericht is op de specifieke context van de agrifood.’

Zien de bestaande opleidingen in de agrifood hier een behoefte over het hoofd? Pouwels: ‘Als je kijkt naar het opleidingshuis in de agrifood-sector, hebben we aan de technische kant goede opleidingen op niveau, zowel HBO als WO. Maar aan de businesskant stopt het bij de hogeschool. Wageningen Universiteit heeft een aantal economisch getinte opleidingen, maar die zijn niet specifiek gericht op business. Nyenrode en TIAS richten zich daar wel op, maar missen weer de agrifood component.’

Business cases

Uit een haalbaarheidsonderzoek dat voorafgaand aan de ontwikkeling van het AEGP is uitgevoerd, blijkt dat het bedrijfsleven vooral drie zaken wil terugzien in het programma. Pouwels: ‘Ten eerste moeten alle schakels in de agrifoodketen zichtbaar zijn. Ten tweede moeten de business school en agrifood school echt wereldtop zijn. Dat bereiken we in de samenwerking van IESE en Wageningen UR. Ten derde moet het over internationale business development gaan. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de business case methode. Dat gaat niet anders dan door ook ‘real life’ kennis te maken met een bedrijf, dus ter plekke aanwezig te zijn en de praktijk tastbaar te maken.’

Dit betekent dat er in vier weken vier locaties op diverse continenten worden bezocht. Volgens Pouwels is die periode lang genoeg om de vaardigheden van de cursisten op een hoger niveau te brengen. ‘Het lijkt vrij kort, maar de mensen die deze opleiding volgen, beginnen niet vanaf nul. Het gaat om senior managers tussen de 40 en 50 jaar, die reeds beschikken over de nodige ervaring en een hoog opleidingsniveau. Daar bouw je op door.’

Koen Slippens wijst er bovendien op dat de samenstelling van de groep tot een zekere onderlinge chemie leidt, die de cursisten zal stimuleren: ‘Je bent in totaal een maand op stap met gelijkgestemden, die allemaal in dezelfde business actief zijn.’ Volgens hem is het AEGP echter nog maar het begin van een veel groter instituut. ‘Wat mij betreft komt er uiteindelijk een heel curriculum. Ik denk namelijk dat je in zo’n instituut een breder pakket aan opleidingen kunt aanbieden, van starters tot executives. Waardoor je ook de klik krijgt tussen mensen die op hogere posten zitten en starters die met frisse, goede ideeën komen. Die werelden met elkaar in contact brengen, kan veel moois opleveren.’

Slippens verwacht dat deelnemers aan het AEGP vooral veel inspiratie opdoen. ‘Het gaat niet alleen om dingen leren, maar vooral om terug te komen met enorm veel nieuwe ideeën en inzichten die je in jouw functioneren winst opleveren.’ Dat klinkt goed, gaat hij de opleiding ook zelf volgen? ‘Ik heb mij door een drukke agenda nog niet kunnen inschrijven voor het eerste jaar, maar ik ga het met belangstelling in de gaten houden.’

De eerste ronde van het AEGP gaat in mei 2018 van start met tussen de 25 en 40 kandidaten. ‘We hebben er nu al zo’n 25 in beeld’, zegt Dick Pouwels. ‘Daarbij letten we ook op de samenstelling van de groep. Die moet zo divers mogelijk zijn.’ Daarom moeten kandidaten ook een CV inleveren en is er een assessment vooraf. Voor meer informatie en aanmelden: zie http://aegprogram.com.

bron: www.food-nutrition.nl